Teus's profileТV spaceBlog Tools Help

Blog


    January 20

    All You ask of me

     
    Somehow I always seem to do
    The very thing I hate
    And I can't find the strength to change, yeah
    Well it, it feels like I'm getting in Your way
    And now I'm living with the pain
    Of knowing that I let You down

    Lord, You, You've seen my darkest hour
    Still You know my hearts desire
    And I

    I don't want to
    Fall short of
    All You've made me to be
    And I
    I don't have to
    'Cause I know You
    Made a way for me to be
    All You ask of me

    Well You don't see me as I am
    I know You have a plan
    To complete Your work in me
    You've gone and named me as Your own
    It's like a hope I've never known
    Because Your mercy covers me

    Lord, You, You've seen my darkest hour
    Still You know my hearts desire

    I don't want to
    Fall short of
    All You've made me to be
    And I
    I don't have to
    'Cause I know You
    Made a way for me to be
    All You ask of me
    All You ask of me

    And there on Calvary You took the nail and thought of me
    You bore the shame of fallen man
    And there on Calvary You paid my debt and set me free
    And now I'm free to live again
     
    I don't want to
    Fall short of
    All You've made me to be
    And I
    I don't have to
    'Cause I know You
    Made a way for me to be, yeah
     
    I don't want to
    Fall short of
    All You've made me to be
    And I
    I don't have to
    'Cause I know You
    Made a way for me to be
    All You ask of me
    All You ask of me
    Artist: Building 429
    Album: Glory Defined
    January 08

    Identiteit

    Wie ben ik?
     
    Ik ben niet de grote 'Ik ben, die Ik ben', (Ex. 3:14; Joh. 8:24,25,58)
    maar door Gods genade ben ik wat ik ben. (1 Kor. 15:10)
     
    Mattheüs
    Ik ben het zout der aarde. (5:13)
    Ik ben het licht der wereld. (5:14)
     
    Johannes
    Ik ben een kind van God. (1:12)
    Ik ben een rank van de ware wijnstok, een kanaal voor de liefde van Christus. (15:1,5)
    Ik ben een vriend van Christus. (15:13)
    Ik ben door Christus uitgekozen en aangewezen om voor Hem vrucht te dragen. (15:16)
     
    Romeinen
    Ik ben rechtvaardig voor God en mijn zonden zijn volkomen vergeven. (5:1)
    Ik ben met Christus gestorven en de zonde heerst niet meer over mijn leven. (6:1-6)
    Ik ben een dienaar van de gerechtigheid. (6:18)
    Ik ben een dienaar van God. (6:22)
    Ik word niet meer veroordeeld. (8:1)
    Ik ben een zoon van God; God is geestelijk mijn Vader. (8:14,15; Gal. 3:26; 4:6)
    Ik ben een medeërfgenaam van Christus en heb deel aan Zijn erfenis. (8:17)
     
    1 Korintiërs
    God heeft mij in Christus geplaatst. (1:30)
    Ik heb de Geest van God ontvangen, opdat ik weet wat God mij in genade schenkt. (2:12)
    Ik heb de zin van Christus gekregen. (2:16)
    Ik ben Gods tempel. Zijn Geest en Zijn leven wonen in mij. (3:16; 6:19)
    Ik ben gekocht en betaald, ik ben niet van mezelf, ik ben van God. (6:19,20)
    Ik heb mij aan de Heer gehecht en ben één geest met Hem. (16:17)
    Ik ben een lid van het Lichaam van Christus. (12:27; Ef. 5:30)
     
    2 Korintiërs
    Ik ben door God in Christus gezalfd en verzegeld en ik heb de Heilige Geest ontvangen, die een onderpand is van mijn erfenis. (1:21; Ef. 1:13,14)
    Ik leef niet meer voor mezelf, maar voor God, omdat ik gestorven ben. (5:14,15)
    Ik ben een nieuwe schepping. (5:17)
    Ik ben verzoend met God en Hij heeft mij de bediening der verzoening gegeven. (5:18,19)
    Ik ben rechtvaardig gemaakt. (5:21)
     
    Galaten
    Ik ben met Christus gekruisigd, en toch leef ik - niet mijn ik, maar Christus leeft in mij. Mijn leven is van Christus. (2:20)
    Ik ben in Christus één met andere christenen. (3:26,28)
    Ik ben een erfgenaam van God, omdat ik een zoon van God ben. (4:6,7)
     
    Efeziërs
    Ik ben een heilige. (1:1; 1 Kor. 1:2; Fil. 1:1; Kol. 1:2)
    Ik ben gezegend met allerlei geestelijke zegeningen. (1:3)
    Ik ben uitverkoren voor de grondlegging van de wereld, opdat ik heilig en onberispelijk zou zijn voor Gods aangezicht. (1:4)
    Ik ben door God bestemd als Zijn zoon aangenomen te worden. (1:5)
    Mijn zonden zijn vergeven en ik mag Gods overvloedige genade ontvangen. (1:6-8)
    Ik ben met Christus levend gemaakt. (2:5)
    Ik ben een maaksel van God, in Christus Jezus geschapen om Zijn werk te doen. (2:10)
    Ik heb door de Geest toegang tot de Vader. (2:18)
    Ik ben een medeburger en huisgenoot van God. (2:19)
    Ik mag in vrijmoedigheid, vrijheid en vertrouwen tot God naderen. (3:12)
    Ik ben rechtvaardig en heilig. (4:24)
     
    Fillipenzen
    Ik ben een burger van een rijk in de hemel; ik heb met Christus een plaats in de hemelse gewesten. (3:20; Ef. 2:6)
     
    Kolossenzen
    Ik ben verlost van de macht van satan, en overgebracht in het Koninkrijk van Christus. (1:13)
    Al mijn zonden zijn vergeven. Ik sta niet meer in de schuld bij God. (1:14)
    Christus woont Zelf in mij. (1:27)
    Ik ben geworteld in Christus en ik word in Hem opgebouwd. (2:7)
    Ik heb de volheid verkregen in Christus. (2:10)
    Ik ben begraven, opgewekt en levend gemaakt met Christus. (2:12,13)
    Ik ben met Christus gestorven en opgewekt. Mijn leven is met Christus verborgen in God. Christus is nu mijn leven. (3:1-4)
    Ik ben door God uitverkoren, heilig en bemind. (3:12; 1 Tess. 1:4)
     
    1 Tessalonicenzen
    Ik ben een kind van het licht en niet van de duisternis. (15:5)
     
    2 Timotheüs
    Ik heb een geest gekregen van kracht, liefde en bezonnenheid. (1:7)
    Ik ben gered en geroepen met een heilige roeping. (1:9; Tit. 3:5)
     
    Hebreeën
    Jezus schaamt Zich niet mij een broeder te noemen, omdat ik geheiligd ben en één met Hem die mij geheiligd heeft. (2:11)
    Ik ben een deelgenoot van de hemelse roeping. (3:1)
    Ik heb deel aan Christus; ik heb deel aan Zijn leven. (3:14)
    Ik mag vrijmoedig voor Gods aangezicht naderen, om barmhartigheid en genade te vinden in tijden van nood. (4:16)
     
    1 Petrus
    Ik ben een levende steen en laat me gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis. (2:5)
    Ik hoor bij een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk dat het eigendom van God is. (2:9,10)
    Ik ben een bijwoner en vreemdeling in deze wereld waar ik tijdelijk woon. (2:11)
    Ik ben een vijand van de duivel. (5:8)
     
    2 Petrus
    God heeft mij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat ik deel zou hebben aan de goddelijke natuur. (1:4)
     
    1 Johannes
    Ik ben een kind van God, en ik zal gelijk zijn aan Christus, als Hij terugkomt op de aarde. (3:1,2)
    Ik ben uit God geboren. Het kwaad, de duivel, heeft geen vat op mij. (5:18)
    Auteur: Neil T. Anderson
    Titel: Overwinning over de duisternis